Vol goede moed arriveerden we in Knesselare. Mijn eerste echte koers ging natuurlijk wel
gepaard met een gezonde dosis stress, maar gelukkig stond ik er niet alleen
voor. Van de 110 deelnemers stonden er 3 dijlespurters
aan de start, daarbij ik, Remy en Jelle. Tijdens de opwarming hadden we al gemerkt dat
het wringen zou worden in de smalle Knesselaarse landwegen, dit zou samen met
de strakke wind voor een harde en gevaarlijke koers zorgen. Door de zomerse temperaturen
en de plaatselijke kermis zat de sfeer er meteen in, supporters waren dan ook
talrijk aanwezig. De drukte werd even onderbroken door een indrukwekkende
minuut stilte ter nagedachtenis van de vreselijke busramp in Zwitserland. Met
een rouwband uitgerust, vertrokken we voor een tocht van 55 km. Het tempo werd
van in het begin de hoogte ingejaagd en mede door een barslechte startpositie
zat het er voor mij op na 6 km fietsen. Zo’n koers is toch een ander paar mouwen
dan het clubkampioenschap! Achteraan in het peloton stond de deur open en één
voor één werden er steeds meer slachtoffers gemaakt, terwijl vooraan één enkele
renner de hele wedstrijd lang het peloton voorbleef en zo 90 euro premie kon
meegraaien. Na 3 ronden moest ook Remy de rol lossen en uiteindelijk zouden
slechts minder dan de helft van de renners de wedstrijd uitrijden, waaronder
Jelle, die als eerstejaars zijn goede vorm in de verf zette. Hij strande
uiteindelijk op de 41e plaats. Deze koers zal nog lang in het geheugen blijven
zitten, maar plezant was het absoluut. In die korte tijd heb ik toch enorm veel
bijgeleerd zodat de lange autorit toch nog zeker de moeite waard was. Met een
smoutebollen gevulde maag keerden we tevreden terug naar Mechelen.